
Daniel Johnston met jazzensemble: geen gelukkig huwelijk. Katrijn Van Giel
BRUSSEL - De onberekenbare singer-songwriter Daniel Johnston op schoot bij een elfkoppige band? Dat moesten we zien. Nu ja...Van onze medewerker
In Austin, Texas deelde Daniel Johnston midden jaren tachtig cassettes uit met zijn muziek. Nadat MTV de lokale scene had belicht met de singer-songwriter in een opgemerkte rol, gingen steeds meer artiesten zich met zijn zaak bemoeien. Leden van de alternatieve rockband Butthole Surfers meldden zich als producer, Kurt Cobain promootte hem via T-shirts met de cartoonkikker van Johnstons album Hi, how are you, regisseur Larry Clark zwierde twee songs van hem op de soundtrack van Kids en toen er in 2004 een cd met covers van zijn nummers werd samengesteld, haastten Eels, Beck en Tom Waits zich om erbij te zijn.
Maar de mooiste en eerlijkste hulde was wellicht The devil and Daniel Johnston, een documentaire waaraan Jeff Feuerzeig vier jaar had gewerkt. Hij toont de artiest in al zijn excentriciteit, zowel zijn manisch-creatieve kant als zijn depressies en obsessie met demonen. Ook mensen die weinig hadden met Johnstons lo-fi-geluid en onvaste stem, voelden een warm respect voor de antiheld.
Lange intro om bij het concert te belanden in de AB afgelopen dinsdag. Op zijn Europese tournee laat Daniel Johnston zich begeleiden door het elfkoppige Beam Orchestra. Een op papier interessant idee, waar halfweg de avond nog maar weinigen van overtuigd leken.
'This is the best band I ever played with. They are so well prepared', zegt Johnston erover in een filmpje online. Het Nederlandse lichte-jazzensemble kent inderdaad zijn stiel; bij tempowisselingen miste niemand de tel en de stijlfiguren klonken keurig. Maar het bleef allemaal zo bestudeerd. Gingen ze Zappa achterna, dan namen ze voorzichtig de binnenkant van de bocht. Tijdens het interludium verwaterden ze tot het soort cocktailjazz waarover Mike Hammer heen mijmert in de gelijknamige detectiveserie uit de jaren tachtig. 'Living in a devil town', dat Johnston schreef na een LSD-trip die de verkeerde kant was opgegaan, verloor zo alle beklemming - de vrienden die in vampieren veranderen, waren deze keer van de vegetarische soort.
In de eerste helft van het concert bracht Johnston ook een paar songs alleen, met enkel zijn gitaar als begeleiding. Zo was het goed. Gebald en direct, alsof hij het curieuze country-neefje van The Ramones was. Toonvastheid deed er niet toe; zijn directheid en pure emotie grepen naar de keel. Zijn woordspelletjes verzachtten de pijn: 'I took my lucky break and broke it in two'. Zoveel zelfkwelling en zelfrelativering dat we er niet goed en toch weer goed van werden.
Daniel Johnston is een kraai met een verhaal. Hij heeft geen gouden kooi nodig.
Daniel Johnston, gehoord op dinsdag 13 april in de AB, Brussel.





